|
hierbij behalve sportieve, vooral economische doelstellingen hadden, in feite dus een vroege vorm van commercialisatie. In 1853, toen het balverkaatsen een dieptepunt had bereikt, richtten 5 Franeker notabelen een commissie op, met als doel 'de bevordering en in standhouding van de kaatssport'. Niet alleen het "Franeker Kaatsen", zoals de wedstrijd lang is genoemd, groeide weer uit tot een feestelijke hoogtijdag, ook bleek zijn uitstraling een belangrijke impuls voor de kaatssport in Nederland, welke destijds met de ondergang werd bedreigd. De commissie, nog steeds bestaande uit 5 leden, bleek permanent ('de Permanente Commissie') en allengs kreeg het "Franeker Kaatsen" in de volksmond als nieuwe naam "de PC", naar de initialen van zijn organisator. Sinds 1854, het jaar dat de kaatsdag voor het eerst door de Permanente Commissie werd georganiseerd, kon de wedstrijd slechts 4 maal geen doorgang vinden, te weten in 1859 (slecht weer en/of pokken epidemie), 1866 (cholera-epidemie) en in 1943 en 1944 (Duitse bezetting). Helaas is uit de periode die loopt tot de oprichting van de Permanente Commissie, veel minder bekend gebleven dan uit de periode na 1853. Wel is bekend dat de Franeker kaatsbaan (1630-1684) vooral door de elite en studenten werd gebruikt, en dat het gewone volk liever (en noodgedwongen) buiten de stadsmuren in het open veld de sport beoefende, vrij van regels ('placcaten') en verordeningen. Voor de Permanente Commissie in 1856 de wedstrijd naar het Sternse Slotland verplaatste, werd gespeeld op een terrein even buiten de Oosterpoort van Franeker, dat zeker vanaf 1650 bekend stond als kaatsveld. Deze plaats, die inmiddels al lang is bebouwd, heet nu nog steeds "Oud Kaatsveld".
|